maandag 11 maart 2013

Terug naar het begin

Aan het einde van deze maand is mijn sabbatverlof voorbij. Het wordt tijd om a) allereerst de uitgangsvraag te hernemen, b) daarna de in de afgelopen tijd opgedane inzichten te ordenen, c) vervolgens te zien welke conclusies en vragen dit oplevert en d) tenslotte te formuleren welke perspectieven zich op basis daarvan aandienen. Daarmee is in essentie mijn programma voor de resterende tijd van dit studieverlof aangegeven. Het opnieuw ingaan op de beginvraag is onderwerp van deze bijdrage. De andere stappen zullen in toekomstige blogs worden behandeld.

De startvraag uitgesplitst

Terug dus naar het begin. Krimp als kans. Wat hieronder volgt is grotendeels een resumé van met name de theoretische stappen, die ik in de afgelopen periode heb gezet.

In mijn aanvraag, die ik bij het bisdom heb ingediend ter goedkeuring van het sabbatverlof, heb ik gesteld dat het heel verfrissend kan zijn 'om op een andere manier te (leren) kijken naar het actuele krimpscenario. Wellicht kan de huidige ontwikkeling ons helpen om ons opnieuw te concentreren op de kernwaarden van het christendom, op datgene waar het Jezus van Nazaret in essentie om te doen was. Het naderende koninkrijk Gods zette hem aan om Gods liefde zichtbaar te maken in zijn eigen sterke spirituele verbondenheid met God en - nauw daarmee samenhangend - in zijn ultieme dienstbaarheid aan het tot hun recht brengen van de mensen met wie hij omging. De kwantitatieve krimp, waarvan hierboven sprake was, zou - in dit proces van her­bronning - wel eens kunnen leiden tot een kwalitatieve groei.' Daarmee is in de kern het kader voor de vragen tijdens mijn studieverlof aangegeven. In de hierboven genoemde aanvraag heb ik de focus op herbronning nog nader aangeduid: 'Een van de manieren om ons te verhouden tot deze nieuwe werkelijkheid (minder kwantiteit, meer kwaliteit) is te vinden in de ontwikkeling van kleine geloofsgemeenschap­pen (small Christian communities), die her en der in den lande en in Europa aan het ont­staan zijn.' 

Op basis van deze overwegingen heb ik de vraagstelling voor het sabbatverlof - eigenlijk nog heel ruw - geformuleerd als het 'zoeken naar en (op bescheiden schaal) ontwikkelen van concrete handelingsmodel­len die ons helpen bij het terugkeren naar de kernwaarden van het christendom (geloven in het naderende koninkrijk Gods), waarbij we ons concentreren op de inspiratie (wie 'zijn' we) en minder op de organisatie (wat 'hebben' we).'

Deze vraagstelling bleek in de praktijk te massief voor een hanteerbaar onderzoek. Daarom heb ik de uitgangsvraag uitgesplitst naar drie subvragen:
  1. waar wordt zichtbaar dat de marginale positie van de kerk als winst gezien kan worden voor inspiratie vanuit het geloof?
  2. waar wordt zichtbaar dat 'kerk als beweging' kansen oplevert voor het geloof van mensen met het oog op de toekomst?
  3. waar wordt zichtbaar dat de gefragmentariseerde verbondenheid kansen oplevert voor het geloof van mensen met het oog op de toekomst?

Waardevolle kansen

Ieder van deze drie subvragen bevat een precaire zoektocht naar mogelijkheden en kansen voor geloof en kerk, maar levert tegelijk perspectieven op voor het waardevolle van deze onzekere queeste:
  1. de kwetsbare, marginale opstelling biedt - juist aan mensen die zoekend geloven - een uitgelezen kans om zich te vereenzelvigen met een van de kernthema's van het christelijke geloof: te weten, dat precies in de kwetsbaarheid een grote kracht is gelegen. De apostel Paulus noemt deze paradox de dwaasheid van het kruis (1 Kor 1,18). Bij de profeet Elia wordt de kracht van het kwetsbare op aanschouwelijke wijze verhaald in het gefluister van een zachte bries (1 Kon 19,1-13). Wanneer mensen zich durven inlaten met deze kwetsbare positie, dan zijn ze eerder open en ontvankelijk voor wat zich aandient dan wanneer ze zich vastklampen aan een leerstellige zekerheid, die weinig ruimte laat voor afwijkende opvattingen en gedragingen.
  2. het belang van 'geloven als beweging' - te onderscheiden van geloven als vooral een institutionele en dogmatische opstelling - heb ik proberen te verhelderen in het beeld van de pelgrimage. Het gaan van de bedevaartsweg leidt doorgaans tot het besef, dat de pelgrim in veel opzichten afhankelijk is: niet alleen van de omstandigheden die zich onderweg voordoen en van de mensen die hij/zij ontmoet, maar ook van Gods genade. In het erkennen van deze afhankelijkheid ligt een essentiële kans voor mensen die ervoor kiezen om hun geloof tastend en zoekend vorm te geven. In het besef van die ontvankelijkheid immers wordt een dubbele dynamiek zichtbaar. Enerzijds kan het afhankelijk zijn worden opgevat als een profetisch verzet tegen de veelal als absoluut gestelde hedendaagse gerichtheid op menselijke autonomie en zelfontplooiing. Anderzijds kan datzelfde besef van afhankelijkheid een uiting zijn van het menselijke verlangen naar goddelijke genade. In deze dubbele dynamiek wordt zowel de challenge- als de comfort-functie van het christelijke geloof zichtbaar.
  3. de positieve mogelijkheden van de 'verbondenheid in fragmenten' heb ik verkend door uit te gaan van de principiële erkenning van de persoonlijke keuzes die mensen maken. Daarbij baseer ik mij op de aanname, dat de individuele mens zijn keuzes fundeert op de eigen morele verantwoordelijkheid. Het eerbiedigen van ieders persoonlijke keuze heb ik vervolgens in verband gebracht met de lankmoedige en volgehouden trouw van God aan mensen (Ex 34, 6; Ps 85, 15), ook waar mensen andere keuzes maken dan God zou kunnen verwachten. Het hooghouden van de principiële bereidheid om de eigen keuzes te laten bij de ander maakt ons kwetsbaar, maar tegelijk ook krachtig in de erkenning van de individuele vrijheid van die ander. Wanneer we daarom de ander respecteren in het al dan niet aangaan van verbindingen met personen of groepen, dan is dit wellicht te beschouwen als een weerspiegeling van de geduldige trouw van God (Ps 86, 15). In het hoogachten van ieders persoonlijke keuze ligt misschien meer onderlinge verbondenheid verborgen dan we op het eerste oog zouden vermoeden.

De termen verhelderd

Behalve het toespitsen c.q. uitsplitsen van de vraagstelling en het formuleren van waardevolle perspectieven voor de zoektocht naar kansen in de krimp heb ik een poging gedaan om enkele kernbegrippen uit het onderzoek aan te scherpen. Dat moest leiden tot een meer expliciete formulering van de terminologie.
  1. In verband met het begrip krimp heb ik onderscheid gemaakt tussen de objectieve en de subjectieve factor, die daarin meespeelt. De objectieve krimp is waarneembaar in de teruglopende aantallen (kerkgangers, vrijwilligers, beroepskrachten en financiële middelen) en in de verminderde kennis omtrent geloof en kerk. De subjectieve krimp is zichtbaar in enerzijds de afname van betrokkenheid bij en affiniteit met kerk en anderzijds in de gewijzigde, niet alleen op het christendom gerichte oriëntatie op spiritualiteit. Beide vormen van krimp hangen overigens nauw met elkaar samen.
  2. Op basis van gesprekken met de Brongroep, met Harry van Waveren en met Ad van Loveren heb ik een omschrijving voorgesteld van kerk in de marge: een door hun geloof in Jezus de Messias samengeroepen gemeenschap (soms ad hoc, som meer permanent), die zich laat inspireren door de evangelische kernboodschap van onvermoede levenskansen waar menselijke wegen lijken dood te lopen. Het is een gemeenschap die op basis van deze inspiratie wil opkomen voor gerechtigheid en vrede, een gemeenschap ook die zich wil laten raken door de noden van mensen van vandaag en die zich niet verschanst achter dogmatische structuren; dit alles in het vertrouwen dat de uiteindelijke voltooiing van dit tastend zoeken naar levenskansen niet in menselijke handen ligt, maar toekomt aan God.
  3. Tenslotte heb ik aangegeven dat ik het zoeken naar kansen (voor een hedendaagse geloofsbeleving en kerkontwikkeling) wil verstaan als het beproeven van alternatieven voor wat gangbaar is in het kerkelijke structurele aanbod. Niet om het gangbare aanbod te vervangen, maar als wellicht een veelbelovende aanvulling, waardoor de evangelische boodschap steviger verankerd kan worden in het leven van mensen, die in de chaos en de complexiteit van hun bestaan op zoek zijn naar levensduiding.

Een blik vooruit

Tegen de achtergrond van bovenstaande overwegingen wil ik in de komende blogs in eerste instantie proberen een ordening aan te brengen in de verzamelde verhalen en gegevens. Dat wil ik doen door de interviews te resumeren aan de hand van de drie vragen rond marginaliteit, beweging en verbondenheid in fragmenten. In die ordening wil ik ook de inzichten meenemen, verworven uit een aantal boeken die ik in de afgelopen periode heb gelezen. Het ordenen van de inzichten uit bezoeken en boeken gaat dus een drietal blogs opleveren, telkens geënt op een van de drie subvragen. Deze blogs zullen online worden gezet onder de titels: Ordenen - geloof en kerk in de marge; Ordenen - kerk in beweging; Ordenen - verbondenheid in fragmenten.

Elk van deze drie blogs zal ook een aantal conclusies en vragen opleveren. Daarmee is de inhoud van het daaropvolgende blog gegeven. Het zal getiteld zijn: Oogsten - conclusies en vragen. Deze gevolgtrekkingen en vragen moeten tenslotte leiden tot enkele voorstellen voor nieuwe wegen inzake geloof en kerk. Het laatste blog in het kader van dit studieverlof zal daarom te lezen zijn onder de titel: Krimp als kans - suggesties en perspectieven.

Ik sluit niet uit dat er nadien nog aanvullingen zullen komen, die weliswaar in het verlengde, maar strikt genomen buiten het bestek van dit sabbatverlof zullen vallen.